BESTUUR EN FINANCIERS EN ONZE AMBITIES

Kwaliteit of kwantiteit? Gaan we koste wat kost voor de paraatheid? Zetten we alles op alles om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn om een norm te behalen waarvan niet is aangetoond dat deze werkelijk gezondheidswinst oplevert? Of gaan we voor kwaliteit van de hulpverlening? Het is een dilemma waar veel RAV’s op dit moment mee worstelen. De RAV Brabant Midden-West-Noord is hierin heel duidelijk. We hebben jarenlang geïnvesteerd in het verhogen van de kwaliteit. Bijvoorbeeld door zorgevaluatie, de intercollegiale toetsing van protocollair handelen. Maar ook in het behalen van certificaten voor kwaliteit, patiëntveiligheid, informatieveiligheid en de ACE-status voor de meldkamers. Het heeft veel inzet, tijd en geld gekost om dit niveau te bereiken én vast te houden. Hoewel we ons blijven inspannen om aan de 15-minutennorm te voldoen, mag dit niet ten koste gaan van de daadwerkelijke kwaliteit van zorg. Wij streven naar een goede balans tussen kwaliteit en kwantiteit.

Capaciteit Feit is dat er veel capaciteit wegvloeit uit de paraatheid aan andere activiteiten, zoals opleiding en training, intercollegiale toetsing, kwaliteit, OR en vakbondsdeelname. Er worden aan een RAV steeds meer eisen gesteld op verschillende gebieden. Om hieraan te voldoen, moet tijd worden geïnvesteerd. Dit kan niet alleen van staffuncties komen maar vereist ook inzet van executieve medewerkers. Van elke fulltime formatieplaats wordt een aantal uren besteed aan andere zaken dan parate inzet. Zaken die nodig zijn om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen of om de kwaliteit van de hulpverlening te optimaliseren. Voor parttimers tikt dit nog harder aan, want een parttimer heeft net zoveel scholing per jaar nodig om vakbekwaam te blijven als een fulltimer. En de laatste jaren is het aantal parttimers gestegen ten opzichte van het aantal fulltimers.

Spreiding en beschikbaarheid In de media is al jaren veel te doen over de aanrijtijden van het spoedvervoer. Het beeld bestaat dat de ambulance bij urgentie A1 altijd binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn. De werkelijkheid echter is dat de 15-minutennorm wordt berekend over het gehele werkgebied van de RAV, en dat deze in 95% van de gevallen behaald moet worden onder normale omstandigheden. Om dit minimale bezettingspercentage van 95% te behalen, zal spreiding en beschikbaarheid van het werkgebied zodanig worden ingevuld dat het grootste aantal inwoners binnen 15 minuten te bereiken is. Dit houdt automatisch in dat er meer ambulances beschikbaar zijn in de stedelijke gebieden, omdat daar meer mensen wonen. En dat gaat weer ten koste van de landelijke gebieden. Wij spannen ons in om in alle delen van het werkgebied, in alle gemeenten optimaal te presteren met de beperkte beschikbare middelen.

Daarnaast zien wij de meerwaarde van een goed dekkend AED-netwerk in ons verzorgingsgebied. We ondersteunen daarbij met advies over materiaal en training. En uiteraard leveren wij, zoals alle RAV’s in Nederland, onze financiële bijdrage aan de stichting HartslagNu.

Prestatie-indicatoren Een van de redenen dat de 15-minutennorm zo lang standhield als prestatie-indicator was het ontbreken van een beter alternatief. De brancheorganisatie Ambulancezorg Nederland heeft daarom een set van alternatieve kwaliteitsindicatoren ontwikkeld. Ook onze RAV werkt sinds 2020 met dit Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 1.0 waarin ambulancezorg wordt beoordeeld op alle aspecten van die zorg.

Samenwerking met zorgverzekeraars en gemeenten De zorgverzekeraars (onze financiers), en de gemeenten (ons bestuur) spelen een grote rol bij het verwezenlijken van onze toekomstvisie en het behalen van de doelen uit ons meerjarenplan. Zij zijn geen ketenpartner in de medische acute zorgketen, maar wél een samenwerkingspartner van doorslaggevend belang. Wij zoeken daarom steeds de samenwerking op grond van gelijkwaardigheid met zorgverzekeraars en gemeenten, om onze krachten te bundelen bij het realiseren van onze ambities en het verbeteren van prestaties.